Mijlpalen voor een peuter
Kinderen, Moederschap

Mijlpalen van mijn peuter

Nog niet zo lang geleden deelde ik via Instagram een Boomerang filmpje (ik zit in mijn experimentele fase; hoe noem je dat?) van Sofie die bij de deurbel kan. Sofie: “ik ben al gegroeid!” Ze vindt dat helemaal geweldig en laat nu ook geen deurbel aan zich voorbijgaan om te proberen of ze erbij kan. Hier nog meer mijlpalen van mijn peuter…

Je kan bij de trapleuning

Het begint al als je enig besef krijgt van de trap. Je moeder gaat de trap dagelijks meerdere keren op en af. Regelmatig ga jij mee op een arm. Als je het kruipen eenmaal doorhebt en steeds aan mama wil laten zien dat jij weet waar de trap is, dan reageert mama steeds zo gek. De deur naar de trap blijft steeds dicht. Zo stom!

Dan is er een grote broer die op een gegeven moment even weg is en dan weer tevoorschijn komt. Hij laat de deur gelukkig voor je openstaan en dus heb je door dat hij ook met die trap naar boven en beneden gaat. Dat wil jij ook!

Er komt een moment dat mama je de trap op laat kruipen. Nooit alleen, want dat is gevaarlijk, zegt mama. Je kan het al hartstikke goed. Je kijkt af bij je grote broer en ziet dat je met een knie en een lange been achterstevoren naar beneden kan. Van oefenen en proberen ga je het leren is het credo. Geen tijd te verliezen dus!

En dan ineens loop je broer rechtop met een hand aan een stok langs te muur naar beneden. Zo, dat is stoer! Dat wil je ook! Hmmm… Daar gaat het even mis. Je kan niet bij die stok. Die stok die ze overigens trapleuning noemen. Je hebt je zinnen erop gezet, je gaat oefenen, rekken en strekken. Steeds even meten. Er moet een moment komen dat je lang genoeg bent om ook rechtop naar beneden te kunnen lopen. Net als je grote broer. Net als papa en mama.

En dan is het moment daar! Je kan bij de trapleuning. Wat een mijlpaal!

Je kan bellenblazen

Wat zijn ze toch mooi… Die grote mooie, glimmende en zwevende bellen in de lucht. Papa en mama kunnen ze zo goed maken. Zelfs je broer kan het heel goed. Jij kan ze heel goed vangen, kapotslaan, opeten, kapot stampen, tegen je kleren laten botsen. Het is geweldig! Maar er is een ding dat nog geweldiger is: zelf bellen kunnen blazen. En dat is nog best een dingetje…

Van oefenen en proberen ga je het leren en dus vraag je heel vaak aan papa of mama of je met de bellenblaas mag spelen. Balen dat dit dan steeds net maar goed uit moet komen, want op een of andere manier doen papa en mama het altijd. Je broer doet het al vaak zelf en blaast zelfs bellen voor jou. Hoe lief is dat?! Nog liever is dat hij soms speciaal voor jou vergeet om zijn bellenblaas op te ruimen of zelfs het potje vergeet dicht te draaien. Om ‘het spul’ te testen neem je weleens een slokje. Je moet immers weten waar je mee te maken hebt. Je neemt op de koop toe dat dit een, op zijn zachts gezegd, bijzondere smaakervaring geeft.

Het lukt je na een tijd afkijken bij je broer en papa en mama om zelf een blaasstokje vast te houden. Oef! Oefenen, oefenen, oefenen, want dat stokje in je mond doen, is niet de juiste manier om een bel te blazen. Met je tong het sop eraf likken trouwens ook niet.

Tussen de bedrijven oefen je met blazen. Blazen tegen veertjes, tegen de hagelslag op je boterham, tegen vliegjes op je shirt en blazen in je limonade. En dan lukt het ineens. Terwijl mama het stokje vasthoudt, blaas je je allereerste bel. Jahoe! Je kan bellenblazen. Nu nog oefenen met het rechthouden van het flesje, want dat is nog best een dingetje.

Je kan zonder toilettrainer op de wc zitten

Het was als een verrassing voor papa en mama dat je ineens doorhad hoe je je luierbroekje overdag en ’s nachts droog moest houden en dat je op de wc kon plassen en poepen. Hoe jij je grote-meiden-onderbroek droog kon houden. Natuurlijk kon jij dat! Even moest je inkomen en toen ging je ervoor. Eigenlijk had je al een ander plan in je hoofd. Net als je grote kleuterbroer en grote vriendinnetjes wilde jij zonder toilettrainer op de wc zitten. Bij hen had je gezien hoe ze het deden en als we onderweg waren en er moest worden geplast of gepoept was er meestal geen wc voor kinderen. Dan moest je ook op de grote mensen wc. Dat wilde je thuis ook. Je was aan het oefenen en proberen, want je wilde het zo graag leren.

Lees ook: onze peuter is zindelijk

En het lukte! Ook al heb je nog wel het opstapje nodig om op de wc te klimmen -ja, kom op, je bent nog (heel even) 2 jaar- je krijgt het gewoon voor elkaar om op de wc te plassen en te poepen zonder toilettrainer. Zonder in de wc te zakken! Je kan het zelfs met een hand los. Hoe cool is dat?!

Je kan bij de kraan in de badkamer

Je handen wassen in de wasbak van de wc kon je al. Daarvoor was je al groot en vooral lang genoeg. Vaak hielp je mama dan gelijk met het schoonmaken van de wc, van de hele wc. Ook de muren en de vloer kon jij al goed schoonmaken. Een beetje zeep op de muur, wat water op de grond. Jij was mama’s grote helper. Nu nog! Aan het handen wassen in de wc lag het niet (meer) jij had een allang je zinnen op wat anders gezet.

Wat heb je hiervoor moeten rekken en strekken… Steeds een beetje langer moeten groeien. Op de kruk en je steeds zo lang mogelijk proberen te maken om bij de kraan van de wasbak in de badkamer te kunnen. Eerst was het zo dat als mama de kraan precies goed zette je er, rekkend en strekkend op je tenen, met het puntje van je langste vinger bij kon. Meer en meer kon je er beter bij, tot je nog niet zo lang geleden ineens besefte dat je gewoon goed bij de kraam kon om hem aan te zetten en je handen goed onder het water kon houden. Om ze te wassen met de zeep die je zelf kon pakken. Bij de handdoek om je handen af te drogen kon je al. Dat was geen probleem. Handen wassen bij de kraan van de wasbak in de badkamer. Je kan het zelf!

Je kan zelf je jas aan de kapstok hangen

Weten waar de kapstok is en daar je jas ophangen, zodat je weet waar die is als je hem een volgende keer nodig hebt. Mama kan het allemaal zo mooi vertellen. Oké, die kapstok had je snel gevonden. Jas ophangen was nog altijd wel een dingetje. Je kon er niet goed bij en toen je dat eenmaal wel kon, was het nog een uitdaging om diezelfde jas op te hangen. Want, je had geen zin om je jas op te hangen of je wist niet hoe je deze op kon hangen.

Mama had al eens verteld dat je op zoek moest naar het lusje in de kraag van je jas. Tja, dat lusje, probeer dat maar eens te vinden als je je jas onderste boven hebt. Of probeer het maar eens te pakken te krijgen met die kleine peutervingertjes van mij. Over het ‘openhouden van het lusje’ om hem aan het haakje te hangen nog maar niet te spreken. Het valt allemaal niet mee hoor! En toch was daar weer ons credo: van oefenen en proberen, ga je het leren. En ook dit lukte me weer! Na heul lang oefenen, mopperen en op mijn tenen staan, lukte het me om zelf mijn jas op te hangen.

Kijk hier: jas aantrekken op z’n peuters…

Mama heeft toegegeven dat het nu inderdaad wel een stuk makkelijker gaat nu de kapstok niet zo vol meer hangt. Ik bedoel, mama heeft eíndelijk de winterjassen van de kapstok gehaald. Ook jassen zonder haakje (lees: kapotgetrokken tijdens het oefenen) blijven nu een soort van hangen aan de kapstok. Ik vind het nu zelfs zo leuk om mijn jas op te hangen, dat ik Luuks jas ook aan de kapstok hang. Of dat ik onze jassen haal als we weg gaan. Dat wil zeggen, als ik er zin in heb. Ik blijf natuurlijk wel een peuter!

Wat zijn de mijlpalen van jouw peuter?
Laat het me bij de reacties weten!

Ik zou het leuk vinden als je deze post zou willen delen. Voor jou een kleine moeite en mij doe je er een groot plezier mee.
Dank je wel voor het lezen en tot de volgende keer!

Vorige blog Volgende blog

Misschien vind je deze blogs ook leuk

Plaats jij als eerste een reactie?

Laat een reactie achter

CommentLuv badge